Informatieborden
De informatieborden (groep L) vertellen je iets over de weg: hier ligt een zebrapad, een bushalte, een doodlopende weg of een vluchthaven. Ze zijn meestal blauw en rechthoekig. Sommige veranderen wel hoe je rijdt, zoals einde rijstrook (L5): dan moet je op tijd naar een andere rijstrook.
De borden
- L1 · Hoogte onderdoorgangInformatie over de vrije hoogte, geen verbod zoals C19: weet hoe hoog je auto met dakkoffer of lading is.
- L2 · Hier ligt een voetgangersoversteekplaatsLaat voetgangers die oversteken of dat gaan doen voor, en sta niet stil op of binnen 5 meter van de oversteekplaats.
- L3 · Bushalte / tramhalteZonder geblokte markering mag je binnen 12 meter van dit bord niet stilstaan, behalve om passagiers direct te laten in- of uitstappen.
- L4 · VoorsorterenKies op tijd de rijstrook van de richting die je op wilt, zoals de pijlen aangeven.
- L5 · Einde rijstrookEen rijstrook houdt op: voeg op tijd in en laat het verkeer op de andere rijstrook voorgaan.
- L8 · Doodlopende wegJe kunt aan het eind niet verder rijden; je moet via dezelfde weg terug.
- L9 · Vooraanduiding doodlopende wegDe weg met de rode balk op het bord loopt dood; kies op tijd de andere richting als je verder wilt.
- L13 · VerkeerstunnelIn een tunnel mag je je auto niet laten stilstaan; houd extra afstand tot je voorganger.
- L14 · VluchthavenAlleen gebruiken in een noodgeval, bijvoorbeeld bij pech; niet om even te stoppen of te pauzeren.
- L16 · NoodtelefoonHier staat een telefoon om hulp in te roepen bij pech of een ongeval.
- L17 · BrandblusapparaatHier hangt een brandblusser die je bij een beginnende brand kunt gebruiken.
- L20 · Uitwijkplaats rechts van de wegOp een smalle weg kun je hier rechts opzij gaan, zodat tegenliggers elkaar kunnen passeren.
- L6 · SplitsingVerderop splitst de weg zich; zorg dat je op tijd op de rijstrook voor je richting zit en wissel niet op het laatste moment.
- L7 · Aantal doorgaande rijstrokenHet aantal pijlen laat zien hoeveel rijstroken rechtdoor gaan; let op of jouw rijstrook doorloopt.
- L10 · Vooraanduiding verkeersmaatregel voor de aangegeven richtingHet verbod of gebod op het bord geldt in de richting van de pijl; kies op tijd een andere route als het voor jou geldt.
- L11 · Bord geldt alleen voor de aangegeven rijstrook of rijstrokenHet bord dat bij een rijstrookpijl staat, geldt alleen voor die rijstrook; op de andere rijstroken geldt het niet.
- L12 · Bord geldt alleen voor de rijstrook eronderHet bord boven de pijl geldt alleen voor de rijstrook waar de pijl naar wijst, niet voor de rijstroken ernaast.
- L15 · Vluchthaven met noodtelefoon en brandblusapparaatAlleen gebruiken in een noodgeval; je kunt hier met de noodtelefoon hulp inroepen en er hangt een brandblusser.
- L18 · Noodtelefoon en brandblusapparaatHier kun je bij pech of een ongeval hulp inroepen en een beginnende brand blussen.
- L19 · Dichtstbijzijnde uitgang of uitgangenBij een noodgeval zie je hier in welke richting en op welke afstand de dichtstbijzijnde uitgang ligt.
- L21 · Uitwijkplaats links van de wegOp een smalle weg ligt hier links een plek om uit te wijken, zodat tegenliggers elkaar kunnen passeren.
Wat je in de praktijk doet
- Bij L2 ligt er een zebrapad: laat voetgangers die oversteken of dat gaan doen voorgaan.
- Bij voorsorteren (L4) kies je op tijd de rijstrook voor de richting die je op wilt.
- Bij L11 en L12 geldt een bord alleen voor de rijstrook waar de pijl bij staat.
De fout die veel mensen maken
Denken dat een informatiebord niets van je vraagt. Een zebrapad (L2) of einde rijstrook (L5) vraagt wel iets van je.
De Nederlandse termen
| Nederlands | Engels |
|---|---|
| zebrapad | zebra crossing |
| vluchtstrook | hard shoulder |
De regel in de wet
Meer in deze gids
Oefen alle borden met vragen zoals op het examen.
Begin gratisTheorieWin is niet het CBR en reserveert geen examens. Wat op cbr.nl staat, geldt altijd.